De Spaanse Citadel en de Vesten

In de 17de eeuw werd Zoutleeuw herschapen in een zwaar versterkte stad om de Spaanse Nederlanden te beschermen tegen Franse en Hollandse aanvallen. De militaire ingenieur Antoine van Marck begon in 1667 met de stadsmuren die niet onderhouden waren, te versterken en de woonkern werd verkleind.

In 1671 werden deze verdedigingswerken uitgebreid met een citadel in het zuiden van de stad buiten de muren. Hiervoor werd het hoger gelegen gehucht Ophem en het Scholierenklooster onteigend. Dit was de oudste stadskern van Zoutleeuw. De Spanjaarden bouwden een vierkante gebastioneerde citadel, omringd door een brede droge gracht. Zes jaar werd er gewerkt: bestaande kloostergebouwen en nieuwe opslagplaatsen werden door bovengrondse gangen verbonden, waarna alles met tonnen aarde werd overdekt om de gebouwen en versterkingen tegen explosies van buitenaf te beschermen. De Sulpitiuskerk werd garnizoenskerk. Met uitzondering van de oostkant werd de ganse omgeving van Leeuw bij wijze van bijkomende verdediging onder water gezet. De stad wordt omwald met aarden ravelijnen en hoornwerken

De inname van Zoutleeuw, na een verrassingsaanval door de Franse troepen onder bevel van Calvo, in 1678 maakte deel uit van de veldtocht van Lodewijk XIV tegen de alliantie van Spanje en har bondgenoten. De Zonnekoning liet deze inname door oorlogsschilder Van der Meulen vereeuwigen en tevens gedenkpenningen slaan, die aan dit heuglijk feit moesten herinneren. De bezetting van Zoutleeuw duurde slechts enkele maanden. Door de vrede van Nijmegen kwam Zoutleeuw terug onder het gezag van Spanje. Rond 1700 werd een plan ontworpen om de vierkante citadel om te bouwen tot een grote vijfhoek. Slechts een gedeelte aan de noord- en oostzijde wordt uitgevoerd, waardoor de citadel een onregelmatige vorm krijgt. In 1705 dwongen de geallieerde Engels-Hollandse troepen onder bevel van John Churchil, hertog van Marlborough, na enkele dagen strijd de Fransen, dan bondgenoten van Spanje, tot overgave waarbij de citadel werd heroverd.

De citadel werd in het midden van de 18de eeuw verlaten en geraakte hierdoor in verval. Op bevel van de Oostenrijkse bewind werden alle vestingen verkocht voor afbraak. In de 19de eeuw werd de spoorweg (nu fietspad) dwars door de citadel aangelegd. Ook de aanleg van de weg naar Dormaal en het voetbalveld hebben ‘de Bolwerken’ verder aangetast. Alleen langs de zijde van de Koepoortstraat zijn de glooiingen in het terrein nog een getuige van de Spaanse citadel. De citadel werd beschermd in 1987. Het is nu een landschappelijk waardevol gebied op het kruispunt van het stadslandschap Zoutleeuw en het natuurlandschap de Kleine Gete.
Het heksenkot van Zoutleeuw:

Niet ver van de Kattepoel in het huidige stadspark trekt het Heksenkot de aandacht van de bezoeker. Het zijn de restanten van een oud rondeel (halfronde uitbouw van een wal), dat later tot kruit- of poedertoren werd omgevormd en waarin munitie werd opgeslagen De kruittoren maakte deel uit van de versterkingen, die hier naar aanleiding van de bouw van de Spaanse Citadel werden uitgevoerd. Op de restanten van de toren werd later een woning gebouwd die de bijnaam Heksenkot kreeg.

In 1889 werd deze mooie site het eigendom van notaris Gustaaf Fineau, die naast het Heksenkot een villa bouwde. Zijn erfgenamen verkochten later park en villa aan de stad Zoutleeuw, die er haar administratieve diensten in onderbracht.

Het Heksenkot is voor de geïnteresseerde bezoeker een kostbare getuige van de zwaar versterkte en haast oninneembare vestingstad, die Zoutleeuw ooit was…
De Waterpoort:

Bij de collectorwerken aan de Kleine Gete in 1996 werden hier overblijfselen ontdekt van een waterpoort: een indrukwekkende constructie waarbij 2 rechthoekige bastions, met vooraan een driekwart ronde toren werd blootgelegd. Langs beide zijde tegen de bastions aan werd een gedeelde van de stadsmuur blootgelegd.
Deze waterpoort maakte waarschijnlijk ( meer historisch en archeologisch onderzoek is nodig) deel uit van de 2de stadsmuur die in de 14de eeuw werd gebouwd. De eerst ommuring (12de eeuw) volstond niet langer om het toenemend aantal inwoners van de stad die zich noodgedwongen vestigden buiten deze ommuring te beschermen. Vanaf 1330 werden grootse werken ondernomen om deze wijken op te nemen in het ommuurde grondgebied van de stad. (overblijfselen van deze 2de stadsmuur zijn ook terug te vinden in de tuin van het OCMW en aan het gemeentehuis – Heksenkot, ook het wandelpad dat van bij de waterpoort vertrekt richting Koepoortstraat is waarschijnlijk aangelegd op de funderingen van deze 2de ommuring.

De waterpoort moest de Kleine Gete en het Zuidelijke stadsgebied beschermen tegen indringers en vijandelijke aanvallen. ZO werden bij dreiging de lager gelegen gebieden onder watergezet om aanvallen tegen te gaan.
In de volksmond word de waterpoort “3 sluizen” genoemd. Dit verwijst naar een 2de belangrijke functie van deze constructie. De waterpoort was een onderdeel van een 3-delig stuwencomplex dat het centrum van de stad moest vrijwaren van overstromingen.
Op last van de Hertogen van Brabant (12de eeuw) werd de Kleine Gete net voor de stad gesplitst. Via de vloedgracht kon het overtollige water afgevoerd worden zonder dat het centrum onder water kwam te staan. Zowel de waterpoort als de vloedgracht waren voorzien van een sluis : via houten schotten die konden neergelaten worden kon de watertoevoer naar het centrum geregeld worden. De 3de sluis lag nog meer stroomafwaarts op de Kleine Gete.

De afstand tussen de 2 binnenmuren van de waterpoort was zo’n 4m. Dit was uiteraard niet geschikt voor de passage van vrachtschepen ( deze kwamen vanuit Budingen tot in het centrum van de stad). Door de versmalling werd wel een sterke stroomversnelling gecreëerd wat de scheepvaart stroomafwaarts ten goede kwam.
Bij de collectorwerken werd de waterpoort gereconstrueerd. De betonnen muur geeft een beeld van het oorspronkelijk volume. Het voetgangersbruggetje is als een soort hangbrug over de Kleine Gete ingebouwd. Ook de overblijfselen van de stadsmuur zijn aan de linker- en rechterzijde beperkt zichtbaar door de geconstrueerde trechtervormige oever

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *